de vereniging VKTV pagina's voor leden AU COURANT activiteiten nieuws verdere informatie

Militaire Nieuwsvoorziening 1947–1950 in Nederlands Oost-Indië

Om aan de gestelde vraag gehoor te geven of de brievenpost en andere berichten goed en tijdig aankwamen bij de soldaten in de jungle van Zuid-Sumatra – gelegen in de sterk verspreide buitenposten en detachementen – besloot ik een artikeltje daarover samen te stellen.
Na gezocht te hebben in mijn verzameling documenten over de Tweede Wereldoorlog, aangevuld met de daar verkregen informatie en met mijn persoonlijke herinneringen bij bataljon 5-9 R.I., kwam ik tot dit relaas. Het pretendeert dus niet het beeld te geven dat het bij andere legeronderdelen ook zo gelopen is. Voor het moreel van de militairen was het zeer belangrijk dat de nieuwsvoorziening van en naar het krijgstoneel, respectievelijk thuisfront, door middel van brievenpost goed verliep. De zorg daarover werd overwegend door de Veldpostdienst en de PTT gedragen. Aanvankelijk gaf het versturen van brieven en eventueel pakjes geen problemen. Daar echter na de Japanse capitulatie de militairen die naar Nederlands-Indië gezonden werden in aantal sterk toenam, begonnen toen wél problemen te ontstaan met de postvoorziening. Kon eerst een brief per luchtpost binnen één week bij de geadresseerde aankomen, door de enorme stijging van de postzendingen was het daarna niet meer mogelijk de brieven tijdig te transporteren (o.a. door gebrek aan ruimte in de vliegtuigen). Men besloot voor het luchtpostverkeer beperkingen te invoeren. Alléén dus voor de luchtpost, dus niet voor zeepostzendingen: daarvan werd door de militairen toch al beperkt gebruik van gemaakt i.v.m. de lange duur (circa één maand) van onderweg zijn. Het nieuws was dan niet actueel meer. Ondertussen werd tegen het einde van 1947 een overeenkomst tussen de Veldpostdienst, de Indische PTT en de Nederlandse PTT van kracht, inhoudende dat het voor militairen verplicht werd gesteld op speciaal ontworpen veldpost Lucht(Post)bladen, de zg. LP bladen te corresponderen. Die luchtpostbrieven waren vouwbrieven van het formaat ongeveer 25x19 cm (zie Afb. 1).

foto
Afb. 1. Luchtpost (vouw)brief d.d. 6-12-'47 van Poerwakarta (Java) naar Amsterdam. Gestempeld: Batavia, 10-12-'47.

Iedere militair ontving per maand 20 stuks luchtpostbladen (fl. 2½ cent) en mocht deze portvrij versturen. Dat het aantal postbladen beperkt was tot 20 stuks, kwam door de heersende papierschaarste. In het begin was er kritiek op 't een en ander, maar spoedig bleek dat toch de goede oplossing voor de problemen gevonden was. Bij mijn herinnering kwamen die L.P. bladen en andere post sindsdien zonder noemenswaardige vertragingen aan bij geadresseerden, zowel bij het thuisfront als op het strijdtoneel (zie afb. 2 en 3).

foto
Afb. 2. Jungle patrouille van de schrijver.
foto
Afb. 3. Met de Brencarrier op patrouille nabij Talang-Djimar op Zuid-Sumatra, juli '48.

In Nederlands-Indië haalde de veldpost (de zogenaamde facteur) eerst de bundels post op bij het Veldpostdienstkantoor of bij het bataljonsstafkantoor en ging dan de brieven persoonlijk ronddelen onder de jongens op de diverse detachementen en buitenposten. Waren de soldaten bijvoorbeeld op meerdaagse patrouille (zie Afb. 2), dan werden de brieven bewaard tot aan hun terugkomst.

foto
Afb. 4. Tijdens een meerdaagse patrouille in het binnenland van Zuid-Sumatra wordt in een verlaten Talang een korte rustpauze gehouden.

Dit verliep dus vrij vlot; post bestemd voor verre buitenposten had altijd met oponthoud te kampen. Direct moet ik denken aan de slecht bereikbare stelling, een zg. "staande patrouille", diep in het oerwoud gelegen, waar ikzelf ook enkele maanden deel van heb uitgemaakt. Ongeveer éénmaal per week bezocht de (sectie)bevoorrading ons, die dan ook de voor ons bestemde brievenpost ter hand stelde. Onze te verzenden post werd dan natuurlijk meteen meegenomen voor verdere behandeling. Voor die bevoorradingsdag was bewust geen vast rooster vastgesteld; dat moest tot het laatst geheim blijven, zoals dat uiteraard ook met militaire acties het geval was. Voor de soldaten van ons bataljon, die in de bergen van Zuid-Sumatra gestationeerd waren in praktisch onbereikbare stellingen, werd de bevoorrading plus post per parachute uit een vliegtuig geworpen (zie Afb. 5) of ook wel over land gebracht met kleine paarden over de smalle steile bergpaden.

foto
Afb. 5. Het vliegveld van Lahat. Het vliegveld was hoog in de bergen van Zuid-Sumatra gelegen. December '49.

De weersomstandigheden speelden een grote rol bij de wijze waarop de goederen daar aankwamen.
Voor filatelisten zijn militaire luchtpostbladen een interessant verzamelgebied. Destijds zijn bij die LP bladen enkele veranderingen aangebracht in formaat, drukwerk, e.d. (zie Afb. 1, 6 en 7).

foto
Afb. 6. Luchtpostblad, gestempeld 9-9-'49 van Padang op Sumatra naar Den Haag.
foto
Afb. 7. Luchtpostblad gestempeld 24-5-'49 van Talang-Djimar op Zuid-Sumatra naar het vliegveld Palembang (Talang-Betutu) naar de verbindingsdienst. Dit een zg. front-front brief. Door technische problemen is het niet mogelijk de adreszijde van deze brief af te beelden (de redactie).

Een catalogus van Ir. C. Stapel is gewijd aan die luchtpostbrieven en geeft daarin een opstelling van de verschillende type vouwbladen die bekend zijn. Zeer zeldzaam zijn exemplaren met bijgedrukte Kerst-, Nieuwjaars- of Paasgroeten (Afb. 8).

Praktisch alle luchtpostbrieven werden gebruikt voor correspondentie met familie in Nederland; er zijn echter ook items bewaard gebleven welke door soldaten onderling gebruikt werden (Afb. 7) op het strijdtoneel, van: front-front dus. Officieel werd niet over oorlogsfront gesproken, maar werd het politionele actie genoemd. Voor de "special" verzamelaar zijn die items extra interessant. Voor militaire bevelvoerders is het een vereiste dat het moreel van de troepen zo hoog mogelijk dient te zijn. In moeilijke oorlogsomstandigheden moeten de soldaten strijdvaardig blijven. Om dit doel te kunnen benaderen werd naast de gebruikelijke fysieke trainingen ook een psychologische propaganda toegevoegd door middel van o.a. kranten, bladen e.d. Daarvan was de functie om te informeren, te suggereren en op een bepaalde manier tegen een strijd aan te kijken, overeenkomend met de mening van de bevelvoerders en tevens passend bij de mentaliteit en behoefte van de soldaten. Vlak na de beëindiging van de Tweede Wereldoorlog moest in Nederlands Oost-Indië (NOI) de orde en vrijheid hersteld worden; dit werd gezien als een nationale plicht in Nederland en dat rechtvaardigde het feit van uitzending van dienstplichtige militairen naar het verre oosten.

Het "Ministerie van Oorlog" had zich de mogelijkheden van propaganda en toepassing daarvan gerealiseerd, welk een groot effect bij militairen en eveneens bij de burgerbevolking kon hebben en de politionele acties in Nederlands Oost-Indië een ideologische tint gaven.
Voor alle Nederlandse strijdkrachten in Nederlands Oost-Indië werd een goed verzorgd weekblad aangeboden: "de Wapenbroeders". Daarnaast kwamen andere organisaties met diverse kranten en bladen, bijv. "De Welzijnsverzorging" en Dienst Sport "M.L.O.". Bij ieder bataljon was een vormingsofficier aangesteld, die ook de taak had om een bataljonskrant te verzorgen. Voor 5-9 R.I. verscheen de krant "Het Rimboe spionnetje", later omgedoopt in Plan-Plan (vrij vertaald uit het Maleis "Rustig aan" of "Langzaam aan"). In al die kranten en bladen stond een verscheidenheid van artikelen, gericht op de grote massa, de soldaten: artikelen over tropenhygiëne, sportberichten, patriottische onderwerpen, stichtelijke woorden van de veldprediker e.d. Behalve het bataljonsblad werden alle kranten en bladen door de Welzijnsverzorging gedistribueerd naar de kantine's van de detachementen. De manschappen konden hun nieuwshonger ermee stillen. Voor de afgelegen buitenposten waren er echter geen speciale distributeurs, dit in tegenstelling tot de bovengenoemde "fakteur" met brievenpost. Die jongens daar kregen slechts van tijd tot tijd wat lectuur aangereikt. Aangezien de bezetting van de afgelegen buitenposten steeds rouleerde, was dit dilemma niet groot. Vastgesteld werd dat het moreel van de manschappen hoog was, hetgeen tot uiting kwam in de grote groepsloyaliteit, die overal waarneembaar was. Aangenomen mag worden dat de "propagandamachine" van het Ministerie van Oorlog ad hoc (hieraan) zal hebben bijgedragen.

Door: F.J.Neerincx.

foto
Afb. 8. Luchtpostblad. Gestempeld Semarang 8-12-'48 met bijgedrukte wensen. Van Semarang (Java) naar Gouda).
foto
Afb. 9. Een voorbeeld van de in de tekst genoemde kranten.
foto
Afb. 10. Een voorbeeld van de in de tekst genoemde kranten.

De foto's gebruikt bij dit artikel zijn originele (actie)foto's uit de collectie van F.J. Neerincx.